“Oorzaak ME is combinatie van virussen”

D

e ziekte ME is het gevolg van een combinatie van virussen. De hoofdrol is weggelegd voor het epstein-barrvirus (EBV). Dit herpesvirus blijft latent aanwezig nadat de oorspronkelijke infectie, die de ziekte van Pfeiffer kan veroorzaken, is overwonnen. Het nestelt zich in de B-cellen – immuuncellen die antilichamen produceren – en blijft daar proberen zich te vermenigvuldigen en weer actief te worden.

Trigger

Het immuunsysteem kan dit onder controle houden via cytotoxische (celvernietigende) T-cellen. Als er echter vervolgens een besmetting plaatsvindt met een enterovirus, bijvoorbeeld een poliovirus of coxsackie B, dan verlegt de afweer de aandacht naar het nieuwe virus en krijgt het latente EBV vrij spel. Dit leidt tot ontregeling van het immuunsysteem, de van ME bekende ontstekingen waaronder in hersenen en ruggenmerg, en een toename van de hoeveelheid vrije radicalen. Het enterovirus is dus als ‘trigger’ van ME te beschouwen. Van veel uitbraken van ME is bekend dat ze samenvielen met een uitbraak van een enterovirus.

Ziektestand

Als de ziekte ME chronisch wordt, blijft een deel van het immuunsysteem permanent actief. De stofwisseling stelt zich in op ziek zijn, en er ontstaat een tekort aan een essentiële bouwsteen voor het immuunsysteem, gluthation. Daardoor lukt het niet altijd meer om belangrijke enzymen, zoals RNase-L, correct aan te maken. De fragmentatie van dit enzym is een bekende afwijking bij ME.

Richtlijn

Dit is althans het ziektemodel dat, na literatuurstudie, de basis vormt van de Multidisciplinaire Richtlijn ME. Op de Landelijke ME informatiedag van 12 mei 2014 presenteerde auteur Guido den Broeder een preconcept van de richtlijn. Volgens hem zijn er vele theorieën over ME, maar zijn dit stuk voor stuk deeltheorieën. Den Broeder, op zijn eigen vakgebied (econometrie) een ervaren modelbouwer, meent dat het model van latente factor en trigger de meeste van deze deeltheorieën op logische wijze met elkaar verbindt. Het is mogelijk dat andere latente virussen eenzelfde rol kunnen spelen als EBV, maar naar EBV is verreweg het meeste onderzoek gedaan.

Toetsing

Uit het model zijn inmiddels diverse hypothesen afgeleid die zullen worden getoetst aan de hand van het bestaande wetenschappelijk onderzoek en de ervaringskennis. Het gaat onder meer om stellingen over diagnostiek, behandelingen en preventie. Blijkt een hypothese niet te kloppen, dan moet het model worden aangepast. Worden de hypothesen wel door de bestaande kennis ondersteund, dan kunnen er aanbevelingen worden gedaan voor een betere zorg voor ME-patiënten.

Recommended Posts