Myalgische encefalomyelitis is een ziektediagnose. De ontstekingen van het centrale zenuwstelsel (in de vorm van ganglionitis), waar de naam van de ziekte naar verwijst, zijn nog steeds pas bij autopsie te constateren. Toch kan de diagnose aan de hand van algemeen beschikbare testen met redelijke zekerheid worden gesteld. Zoals bij elke diagnose, dienen andere verklaringen voor de klachten te worden uitgesloten.
De diagnostiek zal doorgaans uit vier onderdelen bestaan:
Deze pagina geeft een indruk van de mogelijkheden, maar is zeker niet compleet. Verder zijn diverse nieuwe testen in ontwikkeling, waaronder op proteïne-expressie die in wetenschappelijk onderzoek bij o.a. ME en Lyme uniek is gebleken.
Een belangrijk instrument voor de diagnose is de inspanningsproef. In Nederland is dit meestal een fietstest. Hiermee kan de ervaren inspanningsintolerantie worden geobjectiveerd en kunnen diverse alternatieve oorzaken voor de klachten worden uitgesloten. ME-patiënten hebben een zeer lage inspanningscapaciteit.
Kenmerkend voor de ziekte is daarnaast een lage aerobe/anaerobe drempel. De abnormaal snelle overgang van zuurstof naar suikers in de energieproductie verklaart het geringe duurvermogen en de spierklachten. Soms wordt de proef na bijvoorbeeld 24 uur herhaald, om ook een indruk te krijgen van het herstelvermogen.
Aanvullende testen zijn onder meer de kanteltafeltest (bij orthostatische intolerantie), een meting van het bloedvolume, een 24-uursmeting van de zuurstofopname, en slaaponderzoek.
Diverse hersenscans (SPECT, NIRS, fMRI) kunnen de diagnose onderbouwen. Verschijnselen als littekens zoals bij MS zijn meestal niet te constateren, maar wel een verminderde bloeddoorstroming en functionele afwijkingen. Volgens wetenschappelijk onderzoek (o.a. Okada, 2004) is bij ME de grijze hersenstof significant afgenomen. ME-patiënten hebben cognitieve, autonome en motorische functiestoornissen.
Neuropsychologische en zintuiglijke testen kunnen aanvullende informatie opleveren.
Het immuunsysteem bij ME is ontregeld. Dat komt onder meer tot uitdrukking is een scheve Th2/Th1-verhouding, waarbij Th2 (activering van b-cellen) dominant is, en in de fragmentatie van o.a. het enzym RNase L (Suhadolnik, 1997) dat een centrale rol speelt in de vernietiging van zieke cellen. Deze laatste afwijking kan worden getest in een gespecialiseerd laboratorium.
Voor de behandeling is het van belang om vast te stellen met welke virussen men te maken heeft. Dat verschilt namelijk per patiënt en de medicijnkeuze hangt hiervan af. Zowel herpesvirussen als enterovirussen worden consequent gevonden bij ME en van beide kan er meer dan één aanwezig zijn.
Andere infecties, ook van schimmels en bacteriën, kunnen voor extra klachten zorgen.
Enkele aandoeningen die (deels) vergelijkbare klachten kunnen veroorzaken als ME zijn:



